• VEILIG DE WEG OP!

VEILIG DE WEG OP!

Als fietser ben je kwetsbaar in het verkeer en een ongeluk zit soms in een klein hoekje. Met de juiste voorzorgsmaatregelen val je op en bescherm je jezelf. Daarnaast is het belangrijk dat je goed op het verkeer kunt concentreren en bijvoorbeeld niet met zware tassen aan het stuur zeult of je kind onbeschermd achterop de fiets meeneemt.


HOE BEREID JE JOUW KIND VOOR OP HET VVN VERKEERSEXAMEN?

Op 6 april starten de basisschoolleerlingen met het nationale VVN Verkeersexamen. Het examen bestaat uit een theoretisch en praktisch gedeelte. De kinderen maken een toets en vervolgens wordt getest of zij deze kennis ook in de praktijk kunnen toepassen. Als ze beide examens met een voldoende afsluiten, ontvangen ze een echt verkeersdiploma.

FIETSKEURING

Om te voorkomen dat kinderen met een onveilige fiets bij het praktisch Verkeersexamen verschijnen, wordt de fiets van te voren uitgebreid gekeurd. De fiets moet voldoen aan vijftien van de twintig controlepunten voor het mag deelnemen aan het praktisch Verkeersexamen. Als de fiets is goed gekeurd ontvangen de kinderen een ‘deze fiets is OK’-sticker. De fiets wordt op de volgende onderdelen gecontroleerd: 

  1. Het stuur zit goed vast.
  2. De fietsbel is goed te horen.
  3. De handvatten zitten goed vast aan het stuur en zijn heel.
  4. De rem werkt goed. Wanneer de fiets alleen handremmen heeft, moeten deze beide goed werken.
  5. Indien van toepassing: de remblokjes zijn niet versleten.
  6. De voorband is heel en heeft voldoende profiel.
  7. De achterband is heel en heeft voldoende profiel.
  8. De spaken in beide wielen zitten goed vast.
  9. De trappers zijn voldoende stroef.
  10. Het zadel zit goed vast.
  11. De zadel staat op de juiste hoogte afgesteld: je kunt met beide voeten (tenen) de grond raken.
  12. De fietsketting is goed afgesteld (niet te slap en niet te strak).
  13. Er zit een rode reflector achter op de fiets of deze is geïntegreerd in het achterlicht.
  14. Er zitten minstens twee witte of gele reflectoren aan het wiel.
  15. Beide trappers hebben twee gele reflectoren.
  16. De koplamp werkt goed, straalt recht naar voren en geeft wit of geel licht.
  17. Het achterlicht werk goed, straalt naar achteren en geeft een rood licht.
  18. Indien van toepassing: de dynamo werkt goed, ook bij nat weer.
  19. De bedrading is goed vastgezet of weggewerkt in het frame.
  20. Er zit een witte reflector aan de voorkant of deze is geïntegreerd in de koplamp.
 Als de fiets voldoet aan punt 1 t/m 15, dan mag de fiets deelnemen aan het praktisch Verkeersexamen. De fiets is dan geschikt voor overdag gebruik. Voldoet de fiets ook aan punt 16 t/m 20, dan is de fiets ook veilig voor gebruik in de avond. Wanneer de fiets aan alle twintig punten voldoet, ontvang je een ‘deze fiets is OK’-sticker.

THEORETISCH VERKEERSEXAMEN

Tijdens het theoretische gedeelte van het VVN Verkeersexamen worden de kinderen getoetst op hun kennis over verkeersborden en verschillende verkeerssituaties. Niet alleen het gedrag als fietser staat centraal, maar ook dat als voetganger. Het theorie examen wordt dit jaar op donderdag 6 april afgenomen. In de klas beantwoorden kinderen vragen aan de hand van foto’s en voor het eerst dit jaar ook aan de hand van video’s.

PRAKTISCH VERKEERSEXAMEN

Na het theoretische gedeelte volgt het praktische gedeelte van het VVN Verkeersexamen. Tijdens dit examen moeten de kinderen hun kennis in de praktijk toepassen. Ze fietsen een vooraf uitgezette route door hun eigen stad of dorp. Langs de route zitten ouders of leraren die aan de hand van een controlelijst beoordelen of de kinderen goed handelen bij verschillende verkeerssituaties. Kinderen die voor beide examens slagen, krijgen het VVN Verkeersdiploma.

VOORBEREIDEN OP HET VERKEERSEXAMEN

Veel kinderen vinden het Verkeersexamen hartstikke spannend. Door ze te helpen met de voorbereiding op het examen neem je de spanning een beetje weg. Op school bereiden de leraren de kinderen al voor, maar thuis kun je ze ook helpen. Oefen de verschillende verkeersborden of maak samen een proefexamen. Doe deze oefeningen niet alleen thuis, maar ook onderweg. Vraag bijvoorbeeld terwijl jullie naar school fietsen wat de verkeersborden betekenen die je tegenkomt en wanneer jullie wel of geen voorrang hebben. Ook de route van het praktijk examen kun je van te voren samen oefenen. Fiets de route een aantal keer en bespreek wat ze moeten doen bij bepaalde situaties. Controleer ten slotte samen de fiets op alle eerder genoemde punten. Zo weet je zeker dat de fiets aan alle eisen voldoet en je kind hierop mag fietsen tijdens het examen. Oefening baart kunst en het geeft je kind zelfvertrouwen, zodat ze met een gezonde dosis spanning het examen in gaan. Heb jij nog tips over hoe je kinderen het beste kunt voorbereiden op het VVN Verkeersexamen? Deel ze dan in een reactie.